Acht van Amerongen.
Een week na de Lek en Linge tocht bleek de vraag van Wim Schaap bevestigend te worden beantwoord. Mik'80 is weer een echte toerclub aan het worden.
Maar liefst 16 personen van het mannelijk geslacht gingen op de vroege zaterdagmorgen van de 25e april naar Amerongen.
Dertien fietsdwaze Mikkers en
drie gastrijders vertrokken om ongeveer 08.00 vanuit Amerongen voor een tocht
over 120 km. Ons achterwerk had nog maar net plaats genomen op het rundlederen
zadel, toen de eerste aanval op onze beenspieren al begon. De organisatoren,
waarschijnlijk de leuksten thuis, hadden na slechts 500 meter fietsen de
Amerongse berg al voor onze fietsneuzen geplaatst.
Degenen die niet van plan waren hun zweetklieren te laten werken op deze dag, werden er nu wel toe gedwongen. Het lijden viel mee, omdat we getrakteerd werden op de makkelijke kant van deze puist. In de afdaling leken Roel Koelewijn en Nico Verburg plotseling last te krijgen van een spierziekte. Zij zaten namelijk verschrikkelijk te rillen en te trillen op hun fiets. Snel werd de diagnose gesteld. Niet het lichaam maar de fiets van beide heren was niet in orde. Het voorwiel was niet goed vastgezet, waardoor het niet meer goed spoorde.
Vincent Verburg, geconfronteerd met de capriolen van zijn vader, merkte droogjes op: “moet hij maar een goede fiets kopen”. Nadat het tweetal het euvel had verholpen, begonnen de beentjes volop te draaien. Lang duurde de pret niet.
Pechvogel Nico reed na een kleine 10 kilometer pedaleren lek. In totaal waren er vijf lekke banden te noteren tijdens deze tocht, en dat was gezien het zonnige weer opmerkelijk. Abram Muijs raadde de lekrijders aan om ook maar een band met haar aan te schaffen, want dat zou naar zijn mening de oplossing zijn tegen het lekrijden.
Na deze startproblemen kwam de Mik-trein pas goed op gang. Over de Lekdijk, richting Wijk bij Duurstede, werd een tempo van omstreeks 32 kilometer per uur gedraaid. Ook nu reden we, om de traditie in ere te houden, een keer verkeerd. Dit was om en nabij de zestigste kilometer. Er was namelijk een bordje van de aardbodem verdwenen. De routebeschrijving bood uitkomst. Gelukkig werd deze niet gelezen door Wim Schaap (deze jongeheer zat thuis) maar door Jan Blokhuis, want dan was ook de routebeschrijving geen garantie geweest voor een snelle terugkeer op het juiste parcours. Deze dag werden we verschillende malen ingehaald door een illuster drietal. Deze heren maakten van de tocht een puzzelrit. Naar onze mening reden zij niet de acht maar de zestien van Amerongen. Na 80 kilometer zwoegen bereikten we in Odijk de enige controleplaats tijdens deze tocht. Hier werd weer het nodige vocht naar binnen gewerkt. Abram Muijs en Bort Hartog speelden in de kantine van de S.V. Odijk zo tussen de bedrijven door ook nog even de finale van het Utrechts kampioenschap tafeltennis. De laatste 40 kilometer van deze tocht brachten ons nog twee lekke banden. Voor het overige was het, met uitzondering voor de kopmannen tijdens dit laatste deel, Nico Verburg en Jan Heinen, een blaasje.
Als toetje was er nog de Amerongse berg, en nu van de moeilijke kant. Het peloton brak uiteen en een voor een bereikte men de top. Na een flitsende afdaling werd de finish bereikt. Daar stond de pint of een ander vloeibaar spulletje met smart op ons te wachten. Nadat vocht was bijgetankt, werd de thuisreis aanvaard. Mik'80 had zijn eerste van acht klassiekers erop zitten.
Abram Muijs.