Rondje Posbank 1987

Op zaterdag 23 mei 1987 werkte Mik'80 zijn derde klassieker af, het “Rondje Posbank”. De week daarvoor was de tweede klassieker, “De Mergellandroute”, figuurlijk in het water gevallen. Om uiteenlopende redenen had het merendeel van de toerlustige Mikkers afgezien van dit karwei in de Limburgse Alpen. De enkelen die wel zin hadden om te gaan, zagen vanwege de geringe animo zodoende ook maar af van deze tocht. Terug naar de 23e mei.

Dertien matig in konditie (???) verkerende Bunschoters verzamelden zich om half acht bij de Aral.  De boys waren van plan om de even voorbij Arnhem gelegen bult “De Posbank” te gaan bedwingen en vervolgens weer huiswaarts te keren. De wind blies deze dag een behoorlijk partijtje mee. Gelukkig hadden we de wind op de heenweg recht in onze snufferd. De conclusie, die zelfs de meest simpele ziel op deze aardkloot kon trekken, was dat Eolus op de terugweg in onze rug zou blazen. En dat was het blijde vooruitzicht dat ons streelde. In vlot tempo pedaleerde het dertiental over de veluwe. Door bos en hei ging het deze dag het karwei. Er kon dus ook weer volop genoten worden van het bosrijke Veluwe. Het weer knapte ook heel langzaam op. De kou van de vroege morgen werd heel langzaam verdrongen door de warmte van de zon in de laatste uren voor de middag.

De Posbank naderde inmiddels met rasse schreden. Na enig klimwerk in Arnhem, volgde nog een kleine aanloop, en toen moest het gebeuren. Plotseling was er volop gekraak van kettingen en tandwielen. Alle Mikkers zochten naar het voor hen meest geschikte verzet. Gepuf, gesteun en een verhoogde werking van de zweetklieren waren de bijverschijnselen bij de Mikkers, die plotseling omhoog moesten.

Tijdens de eerste klim vond er al een verbrokkeling van het peleton plaats. Vervolgens kwam er een linke afdaling. Link, vanwege het gladde wegdek (vochtigheid van de bomen) en enkele haarspeldbochten. Peter Baas verkeek zich hierop en belandde in het struikgewas. Hij ontwikkelde een iets te hoge snelheid in de afdaling en kon dat in de bocht niet meer corrigeren met zijn remmen. Zo maakte hij dus een salto en rolde tussen de bladeren. Deze act, die gelukkig goed afliep, werkte op de lachspieren van enkel Mikkers. (Jaap van de Hoogen en Jan Blokhuis hadden moeite om overeind te blijven om die act). Het was ook inderdaad een komische stunt van onze clubacrobaat Peter Baas.

In de afdaling vond er een kleine hergroepering plaats. Vervolgens was er al vrij vlot de tweede klim aan de beurt. Het peleton viel toen helemaal uit elkaar. Man na man werd de top van deze heuvel bereikt. Na deze klim was er een rustpauze in een restaurant (waarvan de naam mij niet bekend is) op de top van de Posbank. Hier werd koffie c.q. melk genuttigd en weer het nodige gezwamd. Na deze verkwikkende pitsstop werd de terugreis aanvaard. De wind blies nu in onze rug en dat werd als zeer prettig ervaren. Dat was dus kat in het bakkie, kortom een makkie.

De etappe naar huis was 10 kilometer langer dan de heenreis en had een lengte van 75 kilometer. Het werd op de terugreis trouwens behoorlijk warm. De zon, we schrokken er bijna van, bescheen de Mikkoppen fel. Dat was het sein om de lange broek te verruilen voor de korte. De beentjes waren nodig aan een bruiningskuur toe. Melkflessen steken namelijk lelijk af tegen het zwart van de fietbroeken.

De terugreis via Beekbergen, Garderen en Nijkerk verliep voorspoedig. De Miktrein zoefde over de Veluwe en bereikte mooi op tijd het eindstation Spakenburg. Dat was alweer een klassieker weggewerkt.

Abram Muijs.