MTB-blessures.
Blessures door vallen en andere ongemakken komen bij het mountainbiken vaker voor dan op de weg. Een overzicht..
Op de MTB wordt, anders dan op de gewone racefiets, met het hele lichaam
gewerkt. Door de voortdurende wisseling van het ritme, het weer en het terrein
is de spierbelasting groot. Bij afdalingen hebben pols en rug het zwaar te
verduren. Daarom moet je regelmatig rekken en spierversterkende oefeningen doen,
vooral van de rugspieren. Het kruis en bij mannen het scrotum, hebben het
daarbij letterlijk zwaar en dat leidt vaak tot klachten in dit gebied.
Afwijkingen aan het scrotum zouden bij 90 procent van alle MTB’ers voorkomen,
waaronder goedaardige gezwellen en lokale infecties. Vering kan de belasting verminderen. Achter-en zadelvering
geven extra bescherming aan de rug.
Schaafwonden,
Het blijkt dat 80 procent van alle MTB’ers minstens een keer per jaar een
blessure op loopt. Met name als gevolg van valpartijen. Meestal beperkt dit zich
tot schaafwonden. Nauwelijks 10 procent van deze valpartijen leidt tot bezoek
aan een dokter. Dan gaat het vaak om schouderletsel, meestal een kneuzing,
maar
soms zijn er serieuzere gevolgen. Bij een val ‘over het stuur’ - bijvoorbeeld
door een kuil of tak - kun je van alles oplopen: sleutelbeenbreuk, schouder uit
de kom, schedel- letsel, gebroken neus, gebitsletsels en soms inwendige
kneuzingen in de buik. Bij een val zijwaarts loop je soms een breuk aan pols,
wervel of rib op, en vooral kneuzingen aan zij of heup komen voor. Opvallend is
de verdeling van de lokalisatie van de letsels, schaaf wonden niet meegerekend:
schedel (37 procent), armen (34 procent), romp en bekken (17 procent) en benen
(11 procent). Vergelijk deze cijfers eens met wegrenners, waarbij deze
percentages respectievelijk 25,45, 10 en 20 procent bedragen. Dit komt doordat
wegrenners vaker een helm op hebben en ze vaker met hogere snelheid in de bocht
wegglijden, met arm-en beenletsels als gevolg. Onder de MTB’ers die een helm
dragen, komt bijna nooit hersenletsel voor! Hoewel het aantal belangrijke
verwondingen relatief laag is (99personen van de 20.769 personen in een studie), lopen bij het mountainbiken
vrouwen twee keer zo vaak een blessure op. Onder de blessures komen breuken bij
vrouwen uit op 45 procent tegenover 21 procent bij mannen. Ook bij andere
sporten (zoals voetbal) is voor vrouwen het blessure risico groter.
Lichamelijke klachten,
Aan 840 bikers werd tijdens bikemanifestaties (in Riva en Willingen) gevraagd naar lichamelijke klachten tijdens en na afloop van het biken, met uitzondering van klachten ten gevolge van ongelukken. Bijna alle bikers (90 procent) meldden klachten. Die komen het meest in de nek voor. De klachten varieerden van pijn tot tintelingen en een doof gevoel. De meeste klachten komen vooral tijdens het biken voor. Na het biken komen klachten bij 30 procent van alle bikers voor, vooral in knie, hals en rug. Zitvlakklachten komen bij bikers vaak voor, ondanks dat vele passages staand worden genomen. Dit duidt op de grote druk die op dit gebied, en dan met name de zenuwbanen, wordt uitgeoefend, een druk die vaak tot pijn leidt.
Een deel van de polsklachten kan soms verklaard worden door een naar boven staande punt van het zadel, een te hoge zadelstand of een te lange bovenbuis. Polsklachten als pijn, prikkelingen en ‘doofheid’ berusten op bui-ging van de pols en het steunen van de pols op het stuur. De klacht komt meer voor naar mate er meer kilometers gemaakt worden. Vering geeft dan steeds vaker een beschermend effect. Gekropte sturen zouden bescherming bieden tegen polsklachten. Bij wegfietsers veroorzaakt de voorovergebogen houding dat de fietser alleen nog maar de weg kan overzien door zijn nek sterk te overstrekken. Dit veroorzaakt een nekpijn en pijn tussen de schouderbladen. De nekklachten bij het mountainbiken duiden op de grote belasting door schokken die via een gestrekte stand van de armen worden doorgeleid naar het nek-en schoudergebied. Opvallend is echter dat met vering pas een vermindering van nekklachten optreedt als er meer dan 120 kilometer per week wordt gefietst. Voor klachten aan handen is het beschermende effect echter ook bij minder trainingskilometers aan te tonen.
Knieklachten zien we vaak bij een te lage zadelstand, maar ook een te zwaar verzet kan een rol spelen. En bij strak aangespannen klikpedalen is het naar binnen draaien van het onderbeen beperkt, waardoor je met de knie gaat wringen en knieklachten krijgt. Ook onvoldoende correctie van as-afwijkingen tussen het onderbeen en het bovenbeen kan pijn veroorzaken (zoals bij een x- of o-been).
Advies:
- Zorg dat sporter en fiets bij elkaar passen.
- Zorg voor een goede schokdemping.
- Draag altijd een helm..
Bron: “fiets 01-2003”