De mikse fietsdriedaagse in Cochem
, (18 t/m 20 september).Nou, voor de eerste keer mee met de fietsdriedaagse. Dat zou wat worden! De
langste en steilste hellingen van de Eifel stonden op het programma. De
Bachstrasse
was al meermalen genoemd en ik begon er bijna van te dromen. De
“ploeg” bestond in tegenstelling tot vorig jaar uit maar liefst 9 fietsers,
namelijk Lambert Heinen, Maarten Bos, Nico Verburg, Henk van de Mheen, Michiel
Meester, Jan Gerard Koelewijn, Jaap van den Hoogen, Rico van Zoest en Wim
Schaap. Met twee auto’s (die van Lambert en Wim) werden de 9 Mikkers met hun
tweewielers vervoerd naar Cochem. De reis ving aan op 06.00 uur vanaf het
bedrijf van Lambert. Hij heeft zich nogal zorgen gemaakt over een tijdig
vertrek. Dat was achteraf niet nodig; hij versliep zich en kwam met de tetters
in zijn ogen krap 5 minuten voor de start ter plekke. Lambert was de
wegkapitein, maar reed helaas Venlo voorbij. Enig corrigeerwerk van Wim moest
volgen, zodat we rap weer op de juiste route waren.
Zoals gebruikelijk werd Raststatte Peppenhofen geplunderd. Ik weet daar niets van, maar uit de reacties van de andere deelnemers was dat duidelijk op te maken. Vanaf dit punt was het nog een uurtje rijden naar Cochem, waar we om 10.15 uur binnenvielen, het hotel vonden en de fietsen uitlaadden. In de garagebox hebben we onze fietskleding aangetrokken en om 11.00 uur zaten we op het stalen ros en peddelden langs de Moezel. Het was niet koud, nee het was berekoud. Het is gebruikelijk de eerste dag zo’n 80 km te fietsen, de tweede dag 130 km en de derde dag 65 km. Het liep iets anders; de eerste dag hadden we 105 km op de teller staan. De kou werd snel overwonnen toen na de eerste 30 vlakke km het biljartlaken begon te kreukelen, ofwel omhoog met die hap. Een mooie omgeving en het ging verschillende keren op en af. Iedere keer als de Moezel in zicht kwam, wist je dat je weer omhoog kon trappen. Voor degenen onder ons die niet weten hoe dat gaat; heel hard trappen, weinig snelheid en het duurt even voor je boven bent. Naar beneden gaat heel hard en heel snel. De laatste helling was genomen en er werd koers gezet naar Cochem. De toerleiding (Maarten Bos) had als leidraad om 16.30 uur in Cochem te zijn, zodat we onze plekken op het terras konden innemen en ook wat andere zaken…….. De afstand was niet maatgevend. Dat fietst wel lekker ontspannen, omdat er altijd wel iets gebeurd waardoor je het aantal kilometers niet haalt. De donderdag, de eerste dag, was dat anders. De weg naar beneden, naar Cochem dus, was afgesloten, zodat we via Umleitung naar Cochem moesten. Dat was wat langer, maar wel een hele mooie afdaling. Brede weg, goed asfalt en niet al te steil. Zonder trappen met 50 tot 60 km Cochem binnenvallen. We hebben deze afdaling nog een paar keer gedaan en het werd tot kunst verheven niet te trappen en van de slipstream van de voorganger gebruik te maken. Remmen had je niet nodig totdat je in Cochem kwam. Anders zou je pardoes de Moezel inponsen.
Ja en dan ben je de eerste dag binnen met de nodige extra kilometers en de eerste kennismaking met de Eifel-heuvels. Toch wel klimmen van een 3 tot 4 km lengte met stijgingspercentages tot 10% en meer. De Bachstrasse was bedwongen. Wat een pokkeding. Dat zijn van die dingen die je 1x in je leven doet. Nico was wijs; wist wat het was en volgde de Moezel, samen met Rico. Wim was van de schrik bekomen, maar werd niet serieus genomen! Tijdens één van de afdalingen sprong een volwassen ree vlak voor de fiets langs uit het bos, over de weg, sprong over de vangrail en weer het bos in. Dat was schrikken. Ik had de hoop dat degenen die achter me zaten het ook gezien hadden. Die hoop was vergeefs; het verschil te groot.
Het feestje werd gevierd op het terras bij het hotel. Enkele potten bier en wat cola werden naar binnen geslobberd. Douchen en avondeten waren de volgende programmapunten. Na het avondeten werd Cochem bezocht. Heel opvallend was, dat waar we ook binnenkwamen, ik de indruk kreeg dat enkelen van ons werden herkend. Begroet zelfs. Later begreep ik waarom…….. Hansie was het meest verheugd. Hij speelt op een muziekplank, stopt er een CD-tje in, raakt wat toetsen aan en mompelt in de microfoon wat woorden. Na door Maarten te zijn ingefluisterd werd het Café aan de Haven samen met de Tulpen uit Amsterdam gespeeld en de sfeer was daar. Zelfs de Duitsers zongen mee.
De tweede dag om 09.00 uur op de fiets voor de langste tocht. Weer berekoud. Later op de dag fantastisch mooi weer. De reguliere route ging via de weg die was afgesloten. Nog wat heen en weer gefietst om te kijken of we het stuk lopend konden overbruggen, wat niet het geval was. De mooie afdaling van gisteren moesten we nu in tegengestelde richting rijden, omhoog dus. Dat was wel een fijne klim, constant een 6% over 5 km lengte. Verder was het op en af; naar de Moezel en weer omhoog. De enige pech deze dag was een lekke band; Jaap was de gelukkige. Het oppompen van de band was echter geen probleem, want Jaap had zo’n modern ding bij zich waar een koolzuurpatroon in past en via een ventiel geleidelijk het koolzuur kon worden verplaatst naar de binnenband. Het ging was moeilijk allemaal en onbegrip was te lezen de helm van Jaap. Het lukte niet, omdat…….. het ventiel van de binnenband nog dicht was. Het kwam erop neer, dat uiteindelijk het ouderwetse handwerk noodzakelijk was om lucht in de band te krijgen.
Omwille van de tijd werd de route wat aangepast. Doel was vandaag ook weer om 16.30 uur in Cochem terug te zijn. De lunch heeft veel tijd gekost. 9 Mikkers bestelden 3 gebakken eieren met gekookte ham; een Strammer Max. De uitbater van het restaurant had maar één kip. We hebben heel veel gelachen en je kunt wel raden waarom. Je zult maar die ene kip zijn en rap even 27 eieren moeten leggen…….
Een weggetje wat nog nimmer was gefietst. Mooie omgeving maar een kloteklim, zoals de meesten van ons opmerkten. Geen regelmaat, stukje vlak, fors omhoog, beetje omhoog, beetje vals plat en zo ging het maar door. Ook nu speelde de afsluiting van een van de wegen ons parten en moesten we via “de hoofdweg” weer afdalen naar Cochem.
En toen gebeurde het……… De vrijdagavond was aangebroken. Als antiklimmer heb ik tegen de heuvels opgezien, dat spreekt. Maar de vrijdagavond heeft mij echte angst ingeboezemd. De verhalen die daarover gaan, zijn afgrijselijk. We hebben afgesproken over de vrijdagavond niets te schrijven; censuur toe te passen. Dit omdat echtelieden dit epistel ook zullen lezen en, nou ja, laat maar. In het kort ging het als volgt.
Via Hansie en enkele meezingmomenten werd “Der Sepp” aangedaan met een bezoek. Een soort van Jantjes, maar dan in Cochem. Als haringen in een ton. Eerst een beetje duwen voordat je in staat was je bierglas naar je mond te kunnen brengen. Ik was de zwakste en dus de eerste die vertrok richting hotel. Meer weet ik niet, dus kan ik er ook niets over schrijven! Komt mooi uit met de censuur die toegepast is.
Tja, toen werd het zaterdag. Ik wist niet hoe laat het ontbijt afgesproken was, maar wat ik zeker wist was dat het niet om 08.00 uur was. Ik heb mijn kamergenoot Jaap gevraagd hoe laat dat was en na het raadplegen van het woordenboek Russisch bleek hij te hebben geantwoord; om half tien ontbijt. De meesten waren op tijd paraat. Michiel misten we nog, maar die kwam er zo aan, stond onder de douche. Na een klein half uurtje nog geen Michiel en we zouden net de Moezel gaan afzoeken, toen hij binnenviel.
Om half elf op de fiets en meteen een berg op. Omhoog. We zaten in Cochem en dat ligt aan de Moezel, dus omhoog was de enige mogelijkheid. Dat valt niet mee als je nog niet warm bent gefietst. Ik heb van de vaste Cochemgangers begrepen dat deze klim als “grote geneesheer” wordt aangeduid, omdat alle zieke koppen vrij snel genezen, zeker als je boven op die heuvel bent. Alcohol schijnt sneller te verdampen als je omhoog fietst. Leuk zo’n zaterdagmorgen, een korte rit van 65 km, waar je na 19 km al twee forse beklimmingen achter de kiezen hebt. De route was korter, maar ik had het gevoel dezelfde hoogtemeters te hebben gefietst als de vorige dag. Halverwege een restaurant aangedaan en dat verlost van haar voorraad taart. Maarten was deze driedaagse onze “schatzmeister” ofwel penningmeester. Vlak voor vertrek kwam hij tot de conclusie nog niet te hebben betaald! Dat werd snel gecorrigeerd en vervolgens linksaf een mooie asfaltweg op, omhoog, want het restaurant lag aan de Moezel……. Je zag het niet, maar het was wel zo. Die weg ging gewoon een 10% omhoog, heel verneukeratief. Halverwege een beetje vals plat en daarna nog een toetje. Ook de derde dag weer naar beneden gesjeesd en in Cochem het hotel verlaten, omkleden en in de auto op weg naar huis. Peppenhofen werd iets grondiger geplunderd dan op de heenweg; warm eten in plaats van brood. De braadworsten verdwenen als sneeuw voor de zon. Omstreeks 19.00 uur waren we in Bunschoten.
Ja en dan ben je allemaal weer thuis, zonder ongelukken, heb je mooi weer gehad en heerlijk gefietst. Daar waren we allen toch blij om. Stel je voor dat er iemand op z’n klep valt tijdens een afdaling. Pech voor één is dan pech voor de hele groep, omdat je dan toch niet meer zo fijn fietst of helemaal niet. Als antiklimmer heb ik een paar keer gedacht, waar ben ik aan begonnen, maar tevredenheid overheerst. Toch altijd weer een voldoening als je boven op zo’n heuvel bent. Hoogteverschilen van zo’n 200 tot 400 meter per klim met een stijging van gemiddeld 8% en soms wel meer (Bachstrasse 17% eerste km). Ik vond het steiler dan in de Ardennen.
Statistische gegevens:
Donderdag 18 september 2008 tm zaterdag 20 september 2008
9 deelnemers
Gewichtsklasse 70 kg tot 105 kg
Leeftijd van 25 tot 59 jaar
Aantal 50-plussers: 4 (dat is bijna de helft……)
Aantal gefietste kilometers; 280
Aantal gesignaleerde herten: 1
Weer: mooi en droog; ’s-Ochtends wel wat koud
Aantal potten bier: veel, niet te tellen
Gezelligheid: veel
Zingen: hard en vals
Ongelukken: geen
Schrijver: Wim Schaap
Doelstelling voor volgend jaar: 14 deelnemers