Elfstedentocht 1987.
Bij de eerste controlepost, Harlingen, schoten enkele woorden van de song “only a fool” van Mighty Sparrow door mijn hersenen. Inderdaad, slechts een gek fietste met dit weer de Elfstedentocht.
Naast onze Mikkerbende waren er deze dag nog vele
duizenden dwazen op weg gegaan, op jacht naar de plak. Het werd een dag van
ploeteren door regen en wind.
Het weer was ons zeker niet gunstig gezind op deze slechtste 2e Pinksterdag sinds jaren. Na afloop van de tocht was er echter de voldoening waar tijdens de tocht naar uitgekeken was.
Om 7.45 uur stonden 13 Mikkers en 3 gastrijders te weten Klaas Koelewijn, Klaas-Roel Koelewijn en Jan van Twillert, in Bolsward aan de start. Jaap van den Hoogen en Abram Muijs hadden op het laatste moment besloten om mee te gaan. Laatst genoemde was op bepaalde momenten tijdens de tocht niet blij met dit volgens hem dwaze besluit.
Afijn, het regende pijpestelen en Mik'80 ging op weg. We waren nauwelijks enkele kilometers onderweg toen het eerste onheil zich aandiende. Er ging op een gegeven moment een schok door de Mikrijden. Wat was geschied? Onze voorzitter Jan Blokhuis was ter aarde gestort. Gelukkig kwam hij er met enkele lichte blessures vanaf.Hij kon de tocht gelukkig voortzetten en uitrijden.
Al vrij vlot werd de eerste stempelplaats Harlingen bereikt. Daar stond ik in dubio. Zou ik doorrijden of omkeren. Het verschil was 100 kilometer en wel of geen kou.
Mensen, mensen, wat had ik het verschrikkelijk k..k...k....oud.
De rest van de ploeg stond nog te lachen ook om mijn persoontje toen ik weer een aanval van rilleritus kreeg tijdens een verplichte pauze vanwege een lekke band. Lekkere jongens die Mikkers.
Na Harlingen volgden Franeker en Holwerd. De regen stroomde maar door. De voeten waren al lekker nat. In Dokkum hadden we na 77 kilometer koers een tijdcontrole.
Hier zochten we onze stamkroeg op. Grote afwezige hier was Bort Hartog, de eregast van dit café. Bort was geveld door een verkoudheid en was in Bolsward achtergebleven. In dit café was het blauw onze glorie en kraaide Mik'80 dus victorie. Een lekker bakkie warme koffie of chocola lieten we daar door onze kelen glijden.
Daar knapten de Mikkers van op. Persoonlijk zag ik het toen ook allemaal wat zonniger worden. De sfeer werd nog iets verbeterd door de vrolijke klanken van UB'40.
Als een ware Michael Jackson gaf ik tot vermaak van de overige Mikkers even een dansshow weg.
Al gauw keerden we weer terug in de realiteit, en die was nog steeds nat. We koersten in de richting van de Friese hoofdstad Ljouwert, of Leeuwarden voor de niet Fries sprekenden onder ons.
De regen werd langzamerhand iets minder. Daar was ik best blij mee.
De gebroeders Roel en Vok Koelewijn waren tot nu toe onaangenaam verrast door een lekke band. Behoudens deze pech en de buiteling van Jan Blokhuis, verliep de rit voorspoedig. In Leeuwarden was het parcours ten opzichte van vorige jaren gewijzigd. Nu konden we in deze friese hoofdstad een toren van een kerk bewonderen, die verdacht veel leek op die van Pisa.
Leeuwarden was de laatste pleisterplaats voor het eindstation van de eerste etappe. De laatste 35 kilometer voor de pauze gleden vlotjes on der de wielen door.
In Bolsward aangekomen, werd koers gezet naar de camping. Het eerste wapenfeit dat de Mikkers daar verrichten was de wisseling van tenues. Een nieuw droog pak deed de ellende van de afgelopen morgen al weer gauw vergeten. Daarnaast werden de nodige calorieën naar binnen gewerkt. Mik'80 was klaar voor de tweede etappe.
Dit tweede deel is qua afstand veel kleiner dan de morgenrit, maar in tijd gerekend duurt deel twee bijna net zo lang. De redenen hiervan zijn de samenklontering van grote groepen fietsers, de inmense lange rijen bij de stempelplaatsen en de in het tweede deel aanwezige ophaalbruggen, die nog wel eens voor vertraging zorgen.
De eerste stop van de middagrit was in Sneek.
Daar waren we snel weer vertrokken, evenals vijf kilometer verderop in IJlst was het ook nog geen dringen geblazen. Maar toen begon de pret. In Sleat (Sloten) was het al goed mis. De vaart was eruit. Tsjonge wat moesten we daar een stuk wandelen voor ons stempeltje. Een langzaam-aan aktie van ambtenaren had niet langer kunnen duren dan dit geschuifel.
En met deze ellende bleven we lange tijd opgescheept zitten. Aan de dijk naar Stavoren moesten de tanden nog even op elkaar. De wind blies behoorlijk.
Werkelijk, deze tocht was de meest bizarre van de laatste vijfien jaar. De stal naderde en dat deed de Mikgezichten weer opfleuren. Het lied “Blauw is onze glorie” werd weer van stal gehaald en dat gaf de Mikkers weer moraal. Via Hindeloopen en Workum ging het naar de finish. Daar werd bovengenoemd lied voor de laatste maal ten gehore gebracht. De strijd was gestreden. Mik'80, met Jan Heinen grotendeels aan het roer, had een prima koers gevaren. Nestor Vok Koelewijn kon goed meekomen in de groep.Zo waren we samen uitgegaan en weer samen thuis gekomen. Bolsward 1987 kon weer worden bijgeschreven in de geschiedenisboeken.
Abram Muijs.