Bergtoer van Ochten
14 April, 2001

|
Om kwart voor acht staan de eerste vier man klaar volgens afspraak voor bovengenoemde tocht om even later aangevuld te worden met de volgende twee man. De aftocht wordt alsnog vertraagd door een ongeval op de kruising Brahmslaan - Westsingel. Een ongeluk van het soort resoluutheid waarop ons dorp patent lijkt te hebben. Volgens Gert is het overigens tegenwoordig mode om daken van auto’s af te zagen zodra er enige aanleiding toe is. Het was inmiddels minus 2 graden (met de voorspelling van ca 9 graden positief voor de middag) toen we op pad gingen naar Ochten in de Betuwe voor de ‘Bergtoer’. In het land waar ik tegenwoordig vaak bivakkeer hebben ze per dag meer graden dan hier in een hele week. Het gezelschap bestond uit Jan Blokhuis, Gert Heuveling, Roberto Lustig, Pieter Bout, Klaas Koelewijn en Jan Selst . Met een niet al te groot vertrouwen in eigen kunnen vanwege de weinige (geen) kilometers in de benen had ik toch de moed gevat omdat ook Gert beloofd had zich rustig te houden. De beslissing om toch mee te gaan bleek achteraf een goede draai te kennen want bij de start kwamen we in groep Brabanders terecht die niet al te hard van stapel liepen en die met ons samen een goed passend tempo -zelfs bij beklimmingen- aan wisten te houden. Ergens halverwege kwamen er nog een drietal dames bij die aardig van wanten wisten en die zich kennelijk bij ons thuis voelden zonder dat we hiertoe duidelijk aanleiding gegeven hadden. In de pauze werd er koffie gedronken in de kantine van een kwaliteitszorg instituut waar ze nog niet op de hoogte waren van het nodig zijn van appelgebak voor fietsers en we het moesten doen met een stukje berenspek. Gedurende de pauze hield ik uit puur eigenbelang de Brabanders scherp in de gaten en toen ze dan ook aanstalten maakten om te vertrekken was ik er als de kippen bij om iedereen weer op de fiets te krijgen. Overigens hadden ook de drie dames dezelfde opvatting en ze vroegen vriendelijk edoch beleefd of ze het traject met ons mochten vervolgen, waar we in toestemden. Bij het zoveelste klimmetje -buiten mijn zicht- kon Roberto het niet laten om de dames te laten zien dat hij zich op dit terrein ook heel goed thuis voelt. Toen wij hem bijna waren vergeten stond ie opeens weer voor onze neus en volgens de nog overgebleven twee dames die hem nog steeds gezelschap boden (de derde was inmiddels al weer enige tijd in ons gezelschap omdat ze die klakkeloos hadden achtergelaten) hadden ze het alleen maar over ons gehad. Door de MKZ perikelen was de tocht aangepast en naar aan het einde bleek ook zo’n tien kilometer korter geworden tot zo’n 90 kilometer. Zo zie je maar dat moed zelfs nog extra wordt beloond. Terugblikkend moeten we concluderen dat het weer boven verwachting was en dat het ondanks koude, MKZ en mijn MIK zeer de moeite was om deze oude bekende weer een keer met een bezoek te vereren. Jan Selst. |