Roberto goes aluminium, deel 2.

|
Inderdaad, inmiddels een aantal maanden verder en een paar honderd kilometer aluminium rijker, rijd ik nog steeds tot volle tevedenheid rond door de Nederlandse (en Italiaanse) bossen en heuvels (bergen) op mijn uitermate heftige aluminium ATB, made in Italy. De zwarte kleur van mijn ATB heeft inmiddels een grijzige gloed, het gevolg van het afspuiten van de modder met de tuinslang zonder met zeep de fiets na te behandelen. Want met de tuinslang krijg je je ATB wel technisch schoon (vergeet na afloop de ketting niet goed in te olieën !!) maar voor de laatste 40 % aanslag is toch echt zeep nodig. En aangezien de ATB de rest van de week toch in de schuur staat, is afspuiten en olieën meer dan voldoende voor de volgende veldtocht. Eind oktober was het 7 man sterke MIK-gezelschap te gast in de onverharde ongeving van EPE. De regen kwam deze zaterdag van onder. Onder het genot van een matig (door de bomen) briesje en af en toe zelfs een lekker voorjaarszonnetje vertrok dit MIK-peloton, gevuld door Jan Selst, Frans van Roekel, Klaas Koelewijn, Gert Heuveling, Martin Kolvoort, Wouterus Ruizendaal en ondergetekende voor 40 kilometertjes fietsen, glijen, balanceren, niet balanceren (lees: onderuit gaan) bochtje links, bochtje rechts (soms ook als de weg gewoon rechtdoorgaat), trap op en trap af (soms gepland, meestal niet). Bij aankomst met de auto in EPE leek het er eventjes op dat heel ATB-end nederland hier vandaag wilde fietsen, er waren in de wijde omtrek alleen maar trekhaakdragers en mountainbikes te zien. Er wordt wel eens beweerd dat koeien kuddedieren zijn, maar ATB-ers kunnen er ook wat van. Je moet elke veldtocht even door de eerste 5 zure kilometers heen om een beetje ruimte om je heen te krijgen. Frans wilde vandaag op ‘normale’ snelheid fietsen (wat is bij Frans normaal ?????) dus de haastige Mikkers onder ons gingen er al rap met gezwinde spoed vandoor, om zo hun teveel aan koolhydraten en stress eventjes snel te verbranden. En dat lukte aardig. Sommige rustige passages werden afgewisseld door regelrechte achtervolgingen met maar één doel: hoe zorg ik er voor dat ik niet ingelopen wordt ??? Hierbij zijn de officiele verkeersregels (gelden die eigenlijk wel in het bos??) regelmatig met voeten (soms letterlijk) getreden. Rechts heeft voorrang ?? Van welke kant gezien ?? Pas op voor overstekende boomstronken !! Slecht wegdek !! Welk wegdek, helemaal geen weg, laat staan dek !!! Stiltegebied. Met een met modder volgelopen ketting zeker. Ooit met 45 kilometer per uur op een zandpaadje gereden ? Nee ? Is hardstikke ‘cool’ tot aan de bocht aan het einde van de afdaling dan. Tijdens het ingaan van deze bocht blijkt de snelheid in relatie tot de ondergrond veeeeeeeeeeeel te hoog te zijn. Remmen !! ABS !! Heeft geen zin in een modderbad. Gaan met die banaan. Tot mijn voorwiel besluit akuut te stoppen (dat was de schuld van die kuil....) maar de rest, inklusief berijder, gaat nog 2 meter door. Na een perfekte koprol blijk ik zowaar een demonstratie te hebben gegeven van de perfekte landing bij onvoorziene noodsituaties. ‘K Wist niet dat ik het in mij had..... Regelmatig wordt er op elkaar gewacht zodat de gehaasten onder ons even op adem kunnen komen en de minder gehaasten niet het gevoel hebben dat ze alleen rijden. Want wat dat betreft is het rijden op de ATB duidelijk anders dan op de weg. Op de weg wordt er eigenlijk altijd in één peloton gereden (uitgezonderd Laan 1914, de Posbank en nog wat van die kuitenbijters), op de ATB is het bijna altijd ieder voor zich, om na een kilometer of 10 weer op elkaar te wachten. Voor degene die op kop rijdt is dit een voordeel. In de veldtocht in Nunspeet vond ik het nodig om op een gegeven moment een groepje van een man of 20 nog eventjes in te halen voor het pad zich zou versmallen tot een zgn. Single-track. De inhaalmanoevre op zich verliep uitstekend. Met hoge snelheid passeerde ik de groep. Slechts één probleempje: op 90 % van de inhaalmanoevre zag het er toch wel naar uit, dat het gezelschap 1 renner teveel bevatte. Om te voorkomen dat ik deze van de weg af zou rijden zette ik nog eventjes extra aan , maar wat er toen gebeurde ging zo snel dat ik alleen nog maar weet dat ik op de grond zat, m’n ATB stond overeind en dwars op het pad, m’n linkerbeen leunde op m’n zadel, mijn nek en been waren enigszins geperforeerd door het prikkeldraadhek waar in tegenaan was gegleden. Het pelotonnetje kon nog net op tijd stoppen, want mijn fiets versperde het pad volledig. “Sorry !”, riep ik naar het peloton om aan te geven dat het niet mijn hobby is om de weg zomaar te versperren. Oké, ik had achteraf beter niet kunnen inhalen, maar als je alles van tevoren weet is de lol er ook gauw vanaf. Want meestal blijkt het peloton kleiner te zijn dan ingeschat. Gelukkig was de fiets niet beschadigd, dus gauw opstappen (inderdaad, achteraan) en doorfietsen. De schrammen genezen vanzelf wel. En als je maar hard genoeg fietst voel je de pijn in je knie ook niet. Pijn is relatief..... De ATB-tocht in Nunspeet is dermate ‘populair’ dat de file reeds bij het parkeren van de auto begint. Daarna bij het inschrijven moet je ook nog eens flink geduld hebben, gelukkig had Gert reeds koffie geregeld, zodat we daar niet nog eens voor in de rij hoefden te staan. De derde file bevond zich op de eerste 50 kilometer van de tocht. Achteraf hoorden we deelnemersaantallen van meer dan 1500 mannen en vrouwen, wat misschien goed is voor de clubkas, maar slecht voor mijn humeur. 50 kilometer in een kudde door het bos rijden is niet echt (lees: echt niet) fijn. Wat dat betreft geef ik de voorkeur aan een wat bescheidener aantal deelnemers. Maar verder blijft de mountainbike (welke mountains ??) een heerlijk ding om in de winter de racefiets mee af te wisselen. Zodra je met je racefiets in de hand bedenkt dat het eigenlijk wel heel erg slecht weer is om te gaan toeren, blijkt het ineens perfekt weer te zijn voor de ATB. Hoe smeriger de ATB na afloop van een tochtje, des te ‘intensiever’ heb je gereden. Daar kan een hertslagmeter bijna niet tegenop. Nu nog hopen dat we een lekker wintertje krijgen met heeeeeeeeel veel sneeuw. Lekker in het bos, alles klinkt zo lekker gedempt, alsof je binnen fietst. Alleen brandt in het bos de kachel niet. Rob lustig, 24 november 1998.
|