Jean Nelissen classic.
Vroeger keek ik als kleine jongen al graag naar wielrennen. En dat werd destijds
nog meer geromantiseerd door een verslaggever genaamd Jean Nelissen. Jean was
een ras Limburger met een prachtig accent. Helaas is Jean Nelissen veel te vroeg
overleden. Ik heb het wielrennen nadien altijd in relatie gebracht met Jean. Nu
is er een fietsclubje in Driebergen, dat een fantastische toer heeft uitgezet in
en om Vianden in Luxemburg. Een tocht met extreem veel klimwerk door een
fantastische natuur. En als eerbewijs ze hebben deze tour vernoemd naar Jean
Nelissen.
Als voorbereiding op Tour for Life hebben we deze tocht opgenomen in ons
trainingschema. Alle leden van het Way4Life team waren present op Rene Groen na
(hij houd van werken). Als vervanger hebben we Hein mee genomen. Hein heeft ons
vaak geholpen met eerdere tochten en wilde deze tocht graag voor de 3x rijden.
Daar kunnen wij natuurlijk geen nee tegen zeggen. Dus vrijdagmorgen vroeg
vertrokken we met twee auto’s en de inmiddels beroemde fietskar richting
Maastricht. Daar halen we Hein op en toeren dan braaf verder richting Vianden.
In de auto komen de stoere verhalen van de vorige edities. Het is voor mij de
eerste keer en in gedachte vergelijk ik deze tocht met Cochem. Rond 11:00 uur
rijden we Vianden binnen. Prachtig dorpje aan de rivier de Our. We zoeken gelijk
onze kamers op in ons prachtige hotel. We kleden ons om en hebben reuze veel zin
om de eerste klimmetjes te gaan bedwingen. Ik heb voor de gelegenheid een rondje
uitgezet met vier klimmetjes met een totale lengte van z’n 65 km. Op speciaal
verzoek van Sjaak doen we de monster klim genaamd ‘Rampe du Putscheit’ in de
route. Daarover straks meer. We beginnen met een rustige aanloop langst de Our.
Na z’n 8 kilometer beginnen we aan de eerste klim van de dag. Een prachtige klim
van z’n vier kilometer. De eerste kilometers rijden we gezellig met elkaar door
de haarspeldbochtjes. Maar de klim is lang en daar vergissen sommige van ons een
beetje in. Ook vergissen we ons in de temperatuur. We laten onze eerste
zweetdruppeltjes achter in Luxemburg (en zeker niet de laatste). Een prachtige
afdaling volgt. Roel heeft problemen met zijn remmen. Ze zijn hoorbaar aanwezig.
In het dal draaien we richting Putscheit. Daar wacht ons een idiote klim.
Idioot, omdat hij saai is (één lange rechte weg). Idioot, omdat hij veel te
stijl is (gemiddeld 10,5 %, max 17%). Bovendien stond er een hoop wind. Maar ja,
je rijdt maar mee, omdat het moest van Sjaak. Diezelfde Sjaak neemt gelijk het
initiatief en Roel volgt op enkele meters. Daarna ikzelf gevolgd door Harry en
Rutger. Hein en Theo kiezen hun eigen tempo. Ik vraag mezelf af, waar ik mee
bezig ben en laat Roel, Harry en Rutger lopen. Het wordt nog steiler. Dit is
gekkenwerk en heeft niets met fietsen te maken. Van Rutger wist ik het. Maar van
Harry en vooral Roel sta ik te kijken. Ze blijven tempo houden en rijden zelfs
weer dichter naar Sjaak. Het toetje zit in de laatste kilometer. De laatste 150
meter voor Putscheid zijn 15% en dat is net iets te lang voor Roel en Harry.
Iedereen zit af te zien en uiteindelijk komen we allemaal boven. De verschillen
zijn gemaakt, maar zijn niet echt groot. Sjaak heeft zijn ‘Rampe du Putscheit’
gewonnen. We hopen dat hiermee de kous af is. We rijden op de hoogvlakte door de
prachtige korenvelden en genieten van de uitzichten. Na een spectaculaire
afdaling rijden we in een dal verder naar de derde klim van de dag. Deze is
gelukkig niet zo steil en veel beter te verteren dan ….. vult u het maar in. We
rijden gezamenlijk naar boven en daar zit er een klein foutje in de route. We
worden een autoweg opgestuurd. Dat kan niet de bedoeling zijn, maar onze
navigator komt met een prima alternatief. We komen nu echt op het hoogste punt
van de omgeving en genieten van de vergezichten. Prachtige korenvelden verzadigd
met klaprozen en madeliefjes. Hier moeten we iets mee doen. Het kwam spontaan op
om in de korenvelden te gaan huppelen en daar de gekste capriolen uit te halen.
Tja, we zijn hier ook om aan de teambuilding te werken. Na dit hilarische
onderhoud beginnen we aan de laatste klim van de dag. Een heel lange klim, die
niet echt steil is, gevolgd door een heel lange afdaling. We eindige de eerste
fietsdag met een uitloop door Vianden. We lusten nu wel een grote pot bier, die
hebben we wel verdiend. Maar eerst gaan we ons inschrijven en snellen daarna
richting een sfeervol terras aan de Our. Sigaartje en bitterballen erbij en het
feest is compleet. Dit is tenslotte ook teambuilding. ’s Avonds eten we in het
hotel een lekker stukje Luxemburgs vlees en pakken nog even een biertje ergens
in Vianden. We zijn het er over eens, het was een geslaagde dag. Moe en voldaan
duiken we ons bedje in. Morgen wacht ons een zware dag.
Dag 2
We staan vroeg op. We willen namelijk op tijd vertrekken om niet te laat terug
te zijn in Vianden. Daar gaan we dan beslissen of we ook de 30km extra gaan doen
of dat we als een idioot richting Maastricht rijden om daar de voetbal wedstrijd
Nederland – Denemarken te gaan kijken (na nu blijkt teleurstellend verloren). Om
half zeven zitten we aan het ontbijt en stouwen zo veel mogelijk koolhydraten
naar binnen. Om half acht zitten we op de fiets en beginnen gelijk aan een mooie
lange klim van 6 kilometer. We doen het rustig aan want de dag duurt nog lang.
Na een lange afdaling rijden we een beetje door een dal en proberen in ons ritme
te komen. Het is nog vroeg en het is fris met veel wind op het parcours. Op de
tweede serieuze klim gaat het tempo iets omhoog en Harry en ondergetekende
blijven even bij Theo om te zien of het goed gaat (en om de morele steun
natuurlijk). Lekker relaxed rijden we naar boven en daar blijkt dat de rest van
de groep niet heel ver voor ons rijdt. Rutger begint op de top aan één van zijn
vele plaspauzes. We dalen als een raket naar beneden om vervolgens gelijk weer
12% te moeten klimmen. Roel schakelt compleet mis en moet van zijn fiets. Ik
loop ook te klooien maar kan het ritme snel oppakken. Zo volgen de klimmen
elkaar op en genieten we van de prachtige natuur. Op de hoogvlakte staat veel
wind en om beurten pakken we de kop. Na precies 52Km hebben we de eerste stop.
Daar vullen we onze bidons en eten wat ontbijtkoeken. Theo voelt zich stukken
beter en maakt zich op het tweede deel. Roel laat zijn remmen controleren want
we zijn het gepiep van hem spuugzat (het gepiep van z’n fiets, begrijp me niet
verkeerd!). Direct na de stop mogen we weer vol aan de bak. Een prachtige klim,
maar de wind die we recht op de kop hebben, maakt het extra zwaar. Sjaak heeft
een mooi tempo te pakken en ik sluit bij hem aan samen met Rutger. Harry, Roel,
Hein en Theo zitten in de bus niet ver achter ons. Halverwege gaat Sjaak nog
eens flink aan om Rutger en mijzelf eens te testen. (zo dachten wij) In
werkelijkheid reed Sjaak naar een renner voor hem om ook een beetje uit de wind
te rijden. Diezelfde renner dacht na een kilometer van, bekijk het maar en ging
van kop. We sluiten een compromis en rijden vervolgens om beurten op de kop. Het
tempo is stevig en met z’n vieren komen we boven. Daar wachten we even op de
bus, om vervolgens weer een fan-tas-tische afdaling in te vliegen. Een zeer
brede en mooi geasfalteerde weg nodigt ons uit om als een ware Paolo Savoldelli
(il Falcone) naar beneden te knallen. Ik bereik zelf een snelheid van over de
75km/u en snij de haarspelden scherp aan. En dan gebeurd het. Ik hoor iemand
slippen achter me en vervolgens knalt Sjaak vol op mijn achterwiel. Ik schrik me
kapot en kan zelf ter nauwer nood overeind blijven. Sjaak hoor ik tegen het
asfalt smakken. Sjaak had de bocht onderschat en kwam met een te hoge snelheid
in de bocht. Hij slipte met zijn achterwiel en probeerde mij binnendoor de
ontwijken. Ik dook op dat moment net de bocht in en een botsing was niet meer te
vermijden. Sjaak had wat kleine schaafwonden, dus dat viel allemaal reuze mee.
Z’n fiets was wel behoorlijk beschadigd. Hij kon niet meer schakelen dus dat was
gelijk einde oefening voor Sjaak. We dalen verder (voorzichtig) af naar
Etsch-sur-Sure waar Sjaak de bezemwagen belt. We nemen afscheid van Sjaak en
fietsen toch iets wat geschrokken verder. We moeten gelijk weer klimmen en
iedereen is nog stil van de crash. We moeten verder en houden een lekker tempo
aan. Ik voel me thuis op deze lange klimmen en geniet van het fietsen. Harry
komt ook in z’n ritme en rijd lange tijd naast me. Roel heeft het was lastiger
en rijd lekker z’n eigen tempo. Rutger dartelt daar een beetje om heen. Dan rijd
hij weer op kop. Dan gaat hij weer eens achter een eenzame fietser aan of keert
ineens om, om vervolgens bij Theo en Roel aan te sluiten. Zoals we Rutger kennen
zullen we maar zeggen. Plotseling voel ik me misselijk. De energiedrankjes gaan
me opbreken en snak naar de volgende verzorgingspost. Die lijkt mijlen ver weg,
en ik rij een poosje niet meer op kop. Eindelijk komt de gewenste stop, waar we
allemaal even bij tanken. (letterlijk en figuurlijk) We maken even een belletje
mat Sjaak, die ondertussen in Vianden is. Het fietsen is voor Sjaak voorbij. Z’n
fiets is niet te repareren. We maken ons op voor de laatste 35km. We besluiten
de extra lus niet te maken gezien de tijd die we hebben. Na een paar kilometer
moeten we weer stevig klimmen. Mijn misselijkheid is over en ik voel me weer
goed. Op het bordje voor de klim staat 5,4Km, gemiddeld 4%. We moeten gelijk
terug naar ons kleinste verzet en zien op onze computertjes 12% staan! Hoe kan
dat? We moeten er weer vol tegenaan en iedereen zit af te zien. Er komt geen
eind aan. 4% gemiddeld??? Dat kan nooit. Boven gekomen gaat het op en neer. Hein
heeft het licht gezien houd het tempo hoog. Op kop sleurt hij de groep richting
de laatste klim. (dachten we) Maar eerst krijgen eerst nog een lange klim van
z’n 4,5Km. Hein rijdt een hoog tempo omhoog en ik heb moeite om hem bij te
houden. Hij kan zelfs nog versnellen. Ik ga er achteraan en ga hem voorbij. De
klim is lang en zwaar. Vlak onder de top hoor ik Rutger aankomen. (Rutger maakt
vrij veel lawaai tijdens het klimmen) Ik ken Rutger nu wel een beetje en weet
dat hij onder de top een jump zal maken. Dat gaat dus niet gebeuren en ik
schakel een tandje bij. Rutger perst er een ultieme sprint uit en komt naast me.
Maar daar wacht een verrassing. De klim blijkt nog z’n 300 meter langer te zijn.
Rutger blaast zichzelf op en geeft zich gewonnen. Ik probeer in tempo door te
rijden en snak naar wat lucht. Gelukkig is dit werkelijk de laatste klim. In de
afdaling zien we de bordjes Vianden al staan. Nog twee kilometer! Maar, daar
ligt ook nog de Muur van Vianden. Je hoeft deze niet te doen, maar hoort wel bij
het parcours. Rutger predikt dat we deze absoluut moeten beklimmen. De Muur is
1,5Km lang, gemiddeld 16% met hele stukken van 23%!!! Met recht een muur. Theo,
Roel en Hein laten de Muur links liggen. Harry, Rutger en ik gaan er voor. Het
echte toetje. De muur is letterlijk overleven. 23% is wel heel erg steil. Mijn
voorwiel komt soms los van het asfalt. Rutger doet de gehele klim staand. Hij
moet wel anders valt hij om. Erg knap. Gelukkig heb ik een trippel, en die heb
ik nodig ook. Er komt geen eind aan deze idiote klim. Na een eeuwigheid zie ik
Rutger staan op een vlak stukje. Ik ben best wel een beetje trots op mezelf en
we lachen breeduit. We wachten op Harry, die maar niet komt. Waar blijft hij?
Rutger rijd naar beneden om Harry te zoeken. Ik zie het niet zitten om deze klim
nog een keer te doen en blijf wachten. Na vijf minuten besluit ik door te
rijden. Na later bleek is Harry gevallen doordat zijn ketting door midden brak.
Harry is naar het hotel gestept. Rutger heeft zo zwaar in de remmen moeten
knijpen dat hij spontaan een klapband heeft gekregen. (recht voor een terras vol
met mensen) Je kunt hier wel spreken van een wel heel zuur toetje. En zo komt
het dat er een eind komt aan een werkelijk fantastische tocht, die wel heel erg
zwaar is en niet voor iedereen is weggelegd. We nemen snel een douche in het
hotel, eten nog wat bij de lokale snackbar en rijden snel richting Nederland.
Groeten, Jaco ‘boot’ Heinen