Vallen, opstaan en weer doorgaan !
Zaterdag 26 juni 2004: een ideale dag voor een forse toertocht.
Samen met Wim ter Haar naar
Scherpenzeel voor de Heuvelrug-Betuwelijn tocht, afstand 160 km. Vooropgesteld
moet worden dat fietsen met Wim erbij altijd bijzondere gebeurtenissen oplevert,
achteraf is het dus niet meer dan logisch dat ook deze fietsdag lang in mijn
geheugen zal blijven.
Fietsen met hem erbij betekent bijvoorbeeld dat we standaard flink verkeerd
rijden, en daarbij soms enige tientallen kilometers extra maken (minder is ook
wel eens voorgekomen). Waarvan Wim dan iedereen de schuld geeft, behalve
zichzelf, terwijl niets erop wijst dat zijn ogen alleen in staat zijn letters
groter dan een halve meter te lezen.
Nauwelijks wind, en één van de eerste zaterdagen waarin met korte mouwen
gefietst kan worden. Niets staat een geslaagde dag meer in de weg, maar het zou
dus anders lopen.
Dat lag niet aan de tocht zelf of aan de organisatie.
De tocht is ronduit schitterend. Gestart vanuit Scherpenzeel gelijk de Amerongse
berg op, dan ben je tenminste gelijk warm en heb je dat vast gehad.
Na de defensieweg naar het pontje over de Lek bij Elst. En hier werd het eerste
voorteken duidelijk van nog meer naderend onheil: plotseling zag ik dat mijn
fietspomp niet op mijn fiets gemonteerd zat, en hoewel nog vroeg was ik al wel
zo wakker dat ik zeker wist dat ik de fiets met pomp erop uit de garage had
gereden.
De reden werd snel duidelijk: Wim had bij het op de auto zetten van de fietsen
mijn hoge drukpomp even los op de drager gelegd en vervolgens zijn we
vertrokken. Hij was toen duidelijk nog niet helemaal scherp. Later, bij
thuiskomst bleek dat ze de pomp inderdaad verderop in de straat lag, echter
buslijn 2 was hier zo vaak overheen gereden, dat de pomp nog slechts in enkele
millimeters dik was.
Verder ging de tocht, door de Betuwe. Langs het schitterende riviertje de Linge.
Samen hadden wij inmiddels beschutting gezocht achter een grote groep uit
Veenendaal|
Rustig keuvelend, van de natuur en het mooie weer genietend en met twee vingers
in de neus ging het richting Arkel bij Gorkum.
Achteraf concludeerden we dat juist deze omstandigheden er de oorzaak van waren
dat het misging, bij volle bak fietsen ben je meer geconcentreerd.
Op een dijkje sloeg het
noodlot toe. Plotseling hing Wim tegen mij aan en sloeg achter mij met een
daverende klap tegen het asfalt. Achteromkijkend zie ik hem nog verdwaasd
kijken. Een enorme schaafwond achter op de linker bil, waar de broek over
hetzelfde stuk geheel verdwenen was. Verder nog kleine schaafwonden en een
gehavende fiets. Alle fietsers er bezorgd omheen. De oorzaak blijkt een gat in
de weg te zijn. Doorfietsen lijkt mogelijk, in ieder geval naar de stop in Arkel.
Helaas zijn we pas halverwege en zo ongeveer 80 km van het eindpunt.
Daar aangekomen blijkt dat het met de medische uitrusting slecht gesteld is,
tevens met de bereidheid om een gehavend fietser met de auto te repatriëren.
Kwaadheid slaat dan om in onverzettelijkheid, wellicht dat ook het
hartverwarmende medeleven van de medefietsers hierin een doorslaggevende rol
heeft gespeeld.
Iemand roept opbeurend: “Pijn is fijn, bloed moet en jeuk is leuk”. Dat is de druppel, op de fiets dan maar weer. Iedereen in de groep wil Wim voorblijven, want er zijn fraaiere uitzichten dan achter iemand fietsen die voorover gebogen zit met slechts een halve fietsbroek aan. Daarom gaat het in rap tempo naar de finish.
Klasse Wim, je bent een echte bikkel!
Pieter Bout.