De PLASSEN – POLDERTOCHT 1995.
![]()
Op zaterdagmorgen 22 april 1995 was het de bedoeling dat
zeven Mikkers vanuit Spakenburg naar Soest zouden fietsen om van daaruit een
tochtje van 75 kilometer te volbrengen. Het werden er maar zes omdat Wim Schaap
niet tijdig achter de gat van Jannie vandaan kon komen.
Een telefoontje naar Peter Visser en de zaak was geregeld. Wim voegde zich in Soest bij de groep na zich per auto daarheen te hebben vervoerd.
Twee van de zeven deelnemers zijn nu bekend. De anderen waren Gert Hop, Jan Selst, Keizer Frans van Roekel, Rob Lustig en last but not least Henk Ruizendaal. Op weg naar de start in Soest werd een lekke band geconstateerd bij Peter Visser, die ook na de pauze daarmee te kampen had. Ook Henk Ruizendaal moest een gaatje dichten in de vorm van het wisselen van een binnenband.
Alvorens te starten werd een kop koffie naar binnen
gewerkt. Met de plassen werden de
Vinkeveense Plassen bedoeld en met de polder
de polders tussen Hilversum en Hollandse Rading. Zelf denk ik dat de polders
alleen in de langere versie van 150 kilometer verstopt zaten. Goed, voor ons dus
de plassentocht. Via Bilthoven, Westbroek (waar een kippenrestaurant zit, waar
heel voordelig een pilsje gekocht kan worden; meer informatie bij Abram Muijs)
en Tienhoven naar Breukelen. Nieuwersluis werd gepasseerd, zonder dat één van
ons zich moest melden.
Via Loenen en Baambrugge werd café De Punt bereikt. Wij waren daar eerder dan de stempelman. De eigenaar was verteld dat de eerste fietsers omstreeks één uur zouden arriveren. Hij werd geconfronteerd met een veertigtal fietsers omstreeks 11 uur.
Zijn koffiezetapparaat en magnetron (voor het ontdooien van de appelpunten) waren daar niet op berekend.
Na enig geduld geoefend te hebben, twee heerlijke koppen koffie naar binnen gewerkt. Met appelpunt. Met slagroom.
Op de terugweg was een route-pijl weggehaald; we stoomden naar Loenen en moesten naar Vreeland. Plotseling zaten we op een andere uitgezette fietsroute. Dit werd snel gecorrigeerd en na vier bonuskilometers zaten we weer op de juiste route.
Via Vreeland, Nieuw Loosdrecht, Vliegveld Hilversum, Hollandse Rading en Maartensdijk waren we omstreeks half één paraat in het clubhuis van Tempo Toer. Cola en Oud Bruin werden genuttigd, waarna zes van de zeven op de fiets huiswaarts keerden. De zevende kon zijn tweewieler op de imperiaal plaatsen en huiswaarts keren op benzine.
Inclusief de omrij kilometers stonden de tellers op 80 kilometer voor de zevende en 110 kilometer voor de zes. Het was een mooie tocht, die koud en een beetje nat begon maar droog en zonnig eindigde. Het klassieke deel langs de Vecht was mooi en rustig (weinig auto’s). Het slot was nogal draaierig, veel links en rechts afslaan (ook rechtdoor hoor), zodat het laatste deel van de tocht na de pauze wat langer duurde dan het eerste deel.
Nu een persoonlijke noot. Na anderhalf jaar weer eens een toertocht gefietst. En nog wel in een tempo, wat herinneringen oproept aan de jaren tachtig, toen Mik met veel minder leden meer van dat soort toertochten fietste. Niet te hard, niet te zacht, gezellig babbelen onder het fietsen was mogelijk. Zijn de wonderen dan toch nog niet de wereld uit?
Wim Schaap.
