Swallow Lentetocht TC De Volharding

Zaterdag 15 april 1995 werd door fietsclub De Volharding uit Nunspeet de Swallow Lentetocht georganiseerd. Namens Mik’80 waren aanwezig: Jan Selst, Jan Blokhuis, Klaas Koelewijn, Peter Visser, Henk Ruizendaal, Wouterus Ruizendaal, Jaap van den Hoogen, Abram Muijs, Erik Hubertse, Maarten Bos en Jan Bos. Deze elf deelnemers vertrokken om half acht ’s morgens vanaf het parkeerterrein bij de C-1000.

Het was op dat tijdstip koud en bewolkt. De weersverwachting was die dag niet best. Er zou in de loop van de dag een koufront met regen over ons land trekken. Maar bij de start in Nunspeet was het windstil en zonnig. De stemming zat er dan ook goed in en we vertrokken voor de 125 kilometer. Aangezien we in de eerste 5 kilometer een paar keer om hebben gereden omdat in het begin van de route de weg in het bos wat onduidelijk werd aangegeven, kwam de totale afstand van de tocht op 135 kilometer.

De fietstocht voerde ons over een prachtig uitgezette route door bebost- en heuvelachtig terrein in de omgeving van Elspeet, Staverden, Uddel, Hoog Soeren en Laag Soeren. We reden zelfs over de hei langs een kudde schapen met een herder. Na 70 kilometer hadden we een controlepost in een restaurant in Loenen. (Niet Loenen aan de Vecht maar Loenen bij Apeldoorn).

Na koffie, thee en appelgebak met slagroom vervolgden we onze tocht, maar toen kwam de regen. De wind begon aan te wakkeren en de aangekondigde depressie was inmiddels gearriveerd.

Het tweede deel van de tocht was minder bebost dan het eerste deel zodat de regen en de wind vrij spel hadden. Ik heb dan ook van dit deel niet genoten en als tweedejaars fietser hing ik aan de staart van het peloton omdat het tempo omhoog ging. Iedereen wilde zo snel mogelijk naar de finish.

De polderwegen waren vies van de modder en stront en door de inmiddels natte wegen kreeg ik een partij water over mij heen dat op een gegeven moment mijn ogen helemaal dicht zaten.

Het gekke was dat de meeste troep over je heen kreeg als je achter Peter Visser fietste. Ik moest toen ineens denken aan mijn grootvader, de oude zuiderzeevisser Jan Bos, die vertelde eens tegen ons: Je mag met iedereen thuiskomen maar niet met een “taatje”. De vissers uit Huizen en Spakenburg op de Zuiderzee leefden vaak in oorlogssituaties met elkaar, en ziedaar, twee generaties verder zitten de nakomelingen hiervan in één ploeg elkaar te bevuilen.

Omdat het tempo door de regen en kou er flink in zat schoten we goed op. Na 135 kilometer zagen we eruit als een stelletje verzopen katten die bestemd waren voor de “hongdehemel”.

Na een mars en een bruine rakker gingen we gauw naar huis want de meesten onder ons verlangden naar een warm bad met op de rand van het bad een glaasje Franse cognac.

Al met al toch wel een mooie tocht met twee tegenstellingen. Tot aan de koffiestop in Loenen mooi helder weer met schitterende heuvelachtige fietspaden door bos en hei en na de koffiestop slecht weer met regen en wind en vlakke modderige polderwegen. Volgend jaar bij leven en welzijn hoop ik dat we deze tocht nog een keer fietsen. Het was in ieder geval een goede training voor de Elfstedentocht op Tweede Pinsterdag.

Jan Bos.